Top

“Zeg nou eerlijk, was het echt niet koud?” Oh wat heb ik die vraag vaak te horen gekregen toen ik vertelde dat ik was gaan herfstkamperen. In mijn vorige artikel schreef ik al over waarom ik zo van het herfstkamperen houd, maar misschien waren het wel valse verwachtingen en had ik het compleet geromantiseerd. Dus geef ik vandaag antwoord op de vraag: “hoe was het herfstkamperen nou echt?”

In de tussentijd ben ik inmiddels al twee keer gaan herfstkamperen met twee verschillende tenten en compleet verschillende weerstypes. Ik kan dus met eerlijkheid zeggen dat ik met deze twee ervaringen een realistisch beeld heb gekregen van herfstkamperen. Toevallig ben ik beide keren naar natuurkampeerterrein De Veenkuil van Staatsbosbeheer geweest. De eerste keer werd ik er zo enthousiast van dat ik samen met mijn vriend terug ben gegaan om samen een weekendje te gaan herfstkamperen.

Maar goed, laat ik maar meteen beginnen met de belangrijkste vraag: “hebben jullie het echt niet koud gehad?” Het antwoord op die vraag is… nee. Ik heb het echt niet koud gehad. Op mijn eerste tripje samen met Corine heb ik haar super matje geleend, die ook echt bedoeld is voor winterkamperen. Ook kocht ik een winterslaapzak die me heerlijk warm hield en waar ik helemaal als een burrito in kon liggen. Nu was het tijdens mijn eerste trip je niet zo heel koud, maar dat was wel anders tijdens mijn tweede bezoekje aan deze prachtige camping. Zo waren de nachten behoorlijk fris en viel er behoorlijk wat regen op onze tent. Ik trof wat extra maatregelen om te garanderen dat ik het niet koud zou krijgen. Zo kocht ik extra isolatiematjes om onder de matjes te kunnen leggen. Onze matjes zijn prima in de zomer, maar tijdens de koude nachten wellicht toch niet warm genoeg. Ook sliep ik weer in mijn winterslaapzak maar dan met een lekkere muts op. Zo bleef ik heerlijk warm en was het heerlijk knus.

Toen ik voor het eerst vertrok droomde ik over een knisperend kampvuur met marshmallows en goede verhalen. Uiteindelijk lukte dat, maar was ik even vergeten hoe veel werk het was om te zorgen dat je vuur uiteindelijk gaat branden. Zo heb ik eerst hout gezaagd, houtblokken moeten kloven, aanmaakhoutjes gespleten en uiteindelijk de hulp aangenomen van onze vriendelijke buurman. Het hout was heel vochtig en stiekem toch wel erg lastig om aan te krijgen. Zo valt je tipi eerst tien keer om en is het nog moeilijker dan je denkt om een goede bodem aan te leggen die wel snel genoeg vlam vat om je aanmaakhoutjes aan te krijgen. Oftewel, twee uur later kregen we ons kampvuur eindelijk aan, maar was de voldoening des te groter. Gelukkig ging het de tweede keer razendsnel aangezien we dit keer de tip met de watjes gedrenkt in kaarsvet hadden opgevolgd. Deze ervaring voldeed dus meer aan mijn verwachtingen, maar had ik het nooit zo goed geleerd als de eerste keer niet zo lang had geduurd. Zo zie je maar weer, van fouten leer je.

Dat brengt me dan meteen bij het punt over zelfredzaamheid. Ik heb in deze twee kampeertrips zo veel mogen leren over herfstkamperen. Zo leerde ik dat het echt wel pikkedonker is in het bos en dat je je zonder vuur stierlijk gaat vervelen. Maar als het dan lukt, is het moment echt magisch. Dat je het vuur omhoog ziet dansen en dat jij dat zelf hebt gemaakt. Ook leerde ik over het opzetten van nieuwe tenten en het ventileren ervan. Ook leerde ik van alles over R-waardes van slaapmatjes en de comforttemperaturen van slaapzakken. Ik ben ondergedompeld in een nieuwe wereld en dat geeft mijn motivatie en vertrouwen zo’n enorme boost. Dat ik me nu prima kan redden op een camping, maar ook dat ik nog heel graag nog veel meer zou willen leren. Over hoe ik nog beter vuur kan maken, ook in mindere condities. Of over de sterren die ik twinkelen in de lucht of de planten die naast de tent groeien.

Door te herfstkamperen in alle rust, krijg je de ruimte om de natuur te ontdekken. Je went heel snel aan de kou en bent continu actief bezig, waardoor je de natuur op een andere manier leert waarderen. Het bied je nu een thuis, al is het maar voor een nachtje. Dat maakt me dankbaar en kwetsbaar. Je ervaart dat moeder natuur de baas is, maar dat dat oké is. Je leert de lessen die ze je wilt leren en gaat dan met een goed gevulde rugzak vol nieuwe ervaringen naar huis. Die geef je weer door aan iemand anders en zo leren we allemaal van elkaar. Zo zijn we allemaal met elkaar verbonden. Net zoals we verbonden zijn met de natuur.

Liefs,
Eline

post a comment